Lieve allemaal,
Ik ben weer terug in de stad (ja zo noemen ze Paramaribo hier, aangezien het de enige stad is) na een weekje op een hoofdpost van de Medische zending (de organisatie die de gezondheidszorg regelt in het binnenland van suriname) op Ladoani.
Na afscheids/verjaardagsfeestje van mijn huisgenootje Laura stond ik de volgende ochtend om 7.30 uur op “schiphol” zoals de Saramaccastraat waar de busjes richting Atjoni in de volksmond word genoemd. Ik werd zowat de taxi uitgetrokken, maar gelukkig had ik snel een busje gevonden en was het eensgeworden over de prijs. Bij het busje ontmoette ik Moene een meisje dat in de 3de klas vd middelbare school zat en nu naar Nieuw Aurora (naast Ladoani) ging om haar Oma op te zoeken. Haar moeder werkt ook voor de Medische zending, maar was nu voor stage in de stad. Dus al snel liep ik met hen door de Saramaccastraat de laatste boodschappen voor Oma te doen. Ondertussen werd ik links en rechts nog een aantal keren herkend en bleken er ook nog wat zusters van het Diakonessenhuis richting Atjoni te gaan.
Rond 9.30 uur vertrokken we dan, maar niet nadat we eerst nog 2 mensen van huis hadden opgehaald, nog twee mensen langs de kant van de weg hadden opgepikt, gestopt hadden om te tanken bij het tankstation, bij de garage om de banden op te laten pompen en bij een cafetaria langs de weg om eten te kopen. Tot de splitsing kende ik de weg nog van vorig weekend. Na de splitsing zou het nog 94 km zijn tot Atjoni, maar dit deel van de weg is nog niet geasfalteerd, een bauxietweg met behoorlijk van kuilen. Ondertussen passeerden we kleine dorpjes, net afgebrande in opbouw zijnde “kostgrondjes” (de stukjes afgebrand bos waar mensen hun groenten verbouwen, zo om de 3 jaar wordt weer een nieuw stukje bos afgebrand of een oud kostgrondje waar inmiddels weer primaire begroeing is ontstaan opnieuw gebruikt). Af en toe leken mijn ogen even dicht te vallen, maar dan zat er meestal net weer een gat in de weg. na een paar uur hobbelen kwamen we aan in Atjoni. Gelukkig wist mijn nieuwe vriendin precies welke bootsman ze wilde hebben, waardoor ik de roepende bootssmannen kon negeren. Na wat gewacht (dat is na 2 maanden Suriname niet echt meer nieuw) gewissel van baggage in een andere boot, konden we dan toch vertrekken. Heerlijk zo’n rivier met links en rechts alle kleurtinten groen. Ik zat heerlijk (hoewel ondertussen een behoorlijke houten kont), we stopten onderweg bij verschillende dorptjes om mensen afte zetten, iets af te geven, iemand op te halen. Na veel gestop kwamen we aan in Ladoani, waar ik werd verwelkomd door de broeder die dienst had.
Nadat ik me had geinstalleerd en een beetje door het gastenboek had gebladerd, was het tijd om te gaan baden……. in de rivier……… ik heb toch eerst even staan observeren wat de bedoeling was, maar uiteindelijk met bikini het water in gegaan.
De volgende ochtend, zondagochtend, was het ‘s morgens een drukte van beland bij de wasplaats. Tussen de andere vrouwen mijn ontbijtbordje schoongewassen (ik heb niet veel foto’s van mensen, omdat de Saramacaaners geloven dat een foto je ziel steelt) Ik moest ook nog mijn emmer vullen om de WC door te kunnen spoelen, maar die was naar hun oordeel niet schoongenoeg en werd dus even schoongewassen. Daarna richting het dorp Nieuw Aurora gelopen. bij het begin van de dienst was het nog rustig, maar laangzaam zat de kerk toch helemaal vol. De dienst was in het Saramacaans, maar de hoofdbijbeltekst gelukkig ook in het Nederlands. Er werd door iedereen uit volle borst met alle psalmen meegezongen. Wij (“de toeristen”) kregen ook een psalmenboek. Na de kerkdienst kennisgemaakt met 2 Nederlandse toeristen die met een gids een rondwandeling door het dorp zouden maken. Zij had 8 jaar geleden ook co-schap gelopen op Ladoani en wilde dus vanalles weten. De gids gaf dus een rondleiding door het dorp en ik mocht meelopen en werd weer netjes “thuisgezet.” Na het middageten een beetje in mijn hangmat van het uitzicht genoten. Op een gegeven moment kwam er een korjaal (boot van holle boomstam gemaakt, zoals ze allemaal varen hier op de rivier) met een “mast” aangevaren, dit bleek een infuuspaal te zijn. Er kwam een patiente uit een ander dorp aangevaren die we opnamen op de observatieruimte. Verer nog een zwangere vrouw met lichte weeen gezien, ik zou geroepen worden als het zover was: maar ik mocht “niet te vast slapen” uiteindelijk bleek de broeder van dienst zelf zo vast te slapen dat ze een andere broeder riepen die nog niet van mijn komst op de hoogte was.
- Gezondheidscentrum Ladoani met op de achtergrond het poligebouw
- Mijn slaapkamer in het doktershuis
- Alle weertypen waren vertegenwoordigd
- Het uitzicht was elk moment weer anders
- Mijn “vaste” plek in de middaguren met op de achtergrond mijn afwas/was/baad plek
Maandag was eigenlijk een nationale feestdag, maar dat leek niet iedereen in het dorp door te hebben, dus heb ik toch nog een soort poli gedraaid. Gedurende de week een aantal “tropische” dingen als slangenbeet en Leishmaniasis gezien, maar ook hogebloeddruk patienten en patienten met lichaamspijnen. Dinsdag mocht ik mee naar “beneden” (dit betekent in het binnenland stroomafwaarts) op thuisbezoek, maar chronische ouderen patienten die niet naar de poli kunnen komen en daarom 1x per maand worden bezocht. De andere dagen op de poli doorgebracht, met op donderdag consultatiebureau. Verder met de arts samen de vragen van de kleinere posten in de dorpen om ons heen van de gezondheidsassistenten aldaar beantwoord via de radio en ook patienten overlegd met de stad. Het gebied wat Ladoani bestrijkt ligt van het Brokopondo meer tot meer dan een uur varen voorbij Ladoani. Interessant om te zien hoe de mensen wonen en leven. Woensdagavond naar vakantieresort Anaula gevaren om een Parbo te gaan drinken met een aantal zusters en de arts-assistent. Flink wat Parbo’s erdoor heen gegaan. ‘s Avonds in het pikkedonker over de rivier en “de sula’s” (stroomversnellingen) wist de bootsman nog steeds zijn weg te vinden, bijgelicht door het weerlichten. Nog geen 10 minuten binnen barstte het onweer los met rukwinden. De volgende ochtend bleek het dak van een bijgebouw van de poli te zijn weggewaaid.
Een week die medisch gezien rustig was, maar nog wel wat “tropische” ziekten gezien, verder moesten we onze patient langer in observatie houden dan we wilden omdat in de stad gestaakt wordt in twee ziekenhuizen voor een betere CAO. Het interessantste van deze stage was misschien nog wel het meeleven in het dorp zonder stromend water, met drinken van gekookt regenwater en baden in de rivier. Ik ben de broeders en zusters van de poli ook bijzonder dankbaar voor alle vertalingen van het Saramacaans die ze elke keer zonder morren voor mij deden.
Vanmiddag met het vliegtuig teruggekeerd. Samen met de arts die na 3 weken op de post nu weer een weekje naar huis mag om volgende week weer terug te keren. super snel en weer een hele ervaring zo’n klein vliegtuigje. “thuis” hartelijk ontvangen door mijn huisgenoten en Kim (ze is inmiddels verhuisd, maar kwam toevallig langs) Nog 1 nachtje slapen en dan komt Pieter en gaan we nog lekker 2 weken samen vakantie houden…… ik heb er zin in…….wordt vervolgd






Recente reacties